10 tips om een spel uit te leggen aan anderstaligen

tekenen

1. Spreek traag en duidelijk

Gebruik eenvoudige woorden en zoek naar synoniemen als ze iets niet begrijpen. Articuleer goed, overdrijf. Spreek ook luid genoeg, je moet je nog harder concentreren als je iemand niet goed hoort.

Wees je ook bewust van woordenschat die jij heel goed kent, maar de anderstalige jongeren nog niet. Een 'vergadering' op zondag klinkt voor hen heel saai, terwijl jij gewoon je scoutsactiviteit bedoelt.

Panikeer niet als ze niet meteen 100 procent mee zijn. Dan heb je de andere tips nog ;)

2. Speel!

Soms kan je ook gewoon beginnen en ontdekken de jongeren gaandeweg vanzelf het spel. Probeer het eens bij Dikke Bertha. Eerst kijken ze vreemd op als je hen optilt, maar even later rennen ze zelf gretig hun vrienden achterna. 

Overdrijf met je bewegingen wanneer je iets uitlegt: lopen, springen, tikken,...

Zeg niet "Je moet blijven staan als je getikt bent" maar demonstreer dat tegelijkertijd, zodat je spelers zien wat er gebeurt.

Het is ook handig om de speluitleg met twee personen te geven. Zo kan 1 persoon zeggen wat je gaat doen en kan de andere personen het op hetzelfde moment tonen.

3. Herhaal

Hoe vaker je een spel speelt, hoe minder uitleg je nodig hebt. Dat geeft hen ook vertrouwen. 

4. Bouw op

Begin eenvoudig en bouw op. Zo hoef je een spel niet in één keer uit te leggen. Bijvoorbeeld: 

  • Verdeel de groep op een willekeurige manier in 2. Elke groep heeft een vlag en bouwt een kamp. Je mag elkaars vlag stelen, er mogen maar 2 mensen verdedigen.
  • Voeg leventjes toe. Je kunt enkel een vlag stelen als je een leven op zak hebt. Probleem: er loopt een boeman rond. Als hij je tikt, moet je je leven afgeven. Je haalt een nieuw kaartje in je eigen kamp.
  • Spelers mogen nu ook van elkaar levens afnemen. Hiervoor moeten ze elkaar tikken en de winnaar bepalen met blad-steen-schaar.
  • Om het kwartier luidt een duidelijke bel. Elke groep vaardigt een speler af voor een duel. Daar halen ze het beest uit zichzelf naar boven: hanengevecht, krokodillengevecht, gorillaworstelen, je kan het zo gek niet bedenken. De verliezer krijgt een handicap: hij wordt geblinddoek, moet zijn benen samenbinden of mag enkel achteruit lopen.

5. Gebruik consequent signalen

Bijvoorbeeld:

  • 1 keer fluiten = even stil zijn, de speluitleg begint
  • 2 keer fluiten = aandacht, er is een extra regel in het spel of de leiding moet iets zeggen
  • 3 keer fluiten = het spel is gedaan

Na een tijdje kennen de kinderen en jongeren de signalen, en reageren ze vanzelf.

6. Haal je tekentalent naar boven

Sommige dingen kun je niet tonen of uitleggen. Gebruik dan tekeningen of foto's.

Een postenspel of sjorcontructie wordt meteen veel duidelijker met een tekening erbij. 

Of denk maar aan een evaluatie van je activiteit. Print bijvoorbeeld verschillende smileys af: blijf, boos, gefrustreerd, verdrietig, verward,... Welke smiley past het best bij hun gevoel na deze dag?

7. Controleer of iedereen mee is

Vraag niet "Heeft iedereen het begrepen", maar spreek een paar personen rechtstreeks aan: "Ahmed, waar gaan we mee beginnen straks?" - "Lynn, wat doe je als je 5 muntjes hebt verdiend?" Zorg dat niemand zich schaamt omdat hij het niet weet.

Als je oogcontact maakt, zie je ook sneller wanneer iemand iets niet begrijpt.

Het helpt ook om je speluitleg in kleine groepjes te geven. Dan zijn de jongeren ook minder afgeleid, en durven zij sneller om uitleg vragen. Jij ziet ook sneller of ze mee zijn.

8. Baken je terrein goed af

Het volstaat niet om te zeggen: "Je mag niet verder dan het gebouw aan die kant en ga niet verder dan de weg aan de andere kant." Baken af met rood-wit lint bijvoorbeeld. Of als het klein speelveld is: ga er even duidelijk staan zodat iedereen het goed gezien heeft tot waar ze mogen komen.

9. Vertaal

Kunnen sommige jongeren al beter Nederlands? Laat hen vertalen in hun eigen taal. 

Zolang andere talen niemand uitsluiten en het spel ten goede komen, is dat niet erg. Als je verbiedt om andere talen te spreken, geef je sommige jongeren het gevoel dat hun taal minderwaardig is.

10. Schakel ervaringsdeskundigen in

Jongeren die wel al goed Nederlands spreken, of jongeren die het spel al kennen. Als zij het spel meteen goed spelen, weten de anderen ook sneller wat ze moeten doen. Je boost bovendien het zelfvertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel van je ervaringsdeskundigen.

Speel zelf ook mee. Dat werkt aanstekelijk en geeft je spelers nog meer duidelijkheid en houvast.

Nog meer spelen met anderstaligen?

Volg een animatorcursus of hoofdanimatorcursus bij Tumult. Daar is altijd de helft van de jongeren geboren en getogen in België, en de andere helft heeft een achtergrond als vluchteling.

Ben je al animator en hoofdanimator? Vraag aan Marieke of ze nog mensen zoekt op de kampen. Daar is ook een culturele mix bij de kinderen. 015/43.56.96 of marieke@tumult.be