10 kennismakingsspelletjes voor de start van het jaar

Kamp Beverdonk 2014

Een kennismakingsspelletje is meer dan een namenrondje. Je gebruikt de spelletjes het hele jaar door.

Werk aan een topsfeer tussen je leden, en start er meteen mee op de eerste activiteiten.

De kinderen leren niet alleen elkaar, maar ook zichzelf beter kennen. En als je in jezelf gelooft, ga je minder snel in conflict.

 

Onderstaande kennismakingsspelletjes helpen je al een heel eind op weg.

1. Speeddate met kaartjes

Nodig: oude speelkaarten, fluitje

Knip oude speelkaarten in twee. Geef elke speler een halve kaart. Laat ze kriskras door elkaar lopen. Terwijl ze dat doen wisselen ze constant hun kaart met anderen. Bij het fluitsignaal zoekt iedereen zijn ‘wederhelft’. 

Voorzie vragen waar elk duo even over nadenkt. Wat is hun favoriete spelletje? Welke saus hebben ze het liefst op hun frietjes? Daarna gaan de spelers weer door elkaar lopen tot je opnieuw een signaal geeft. 

spel2. Lijk jij op mij?

Nodig: /

Zoek in duo’s drie dingen die je gemeenschappelijk hebt. Wees origineel! Trekken jullie allebei eerst je linkerschoen aan en dan pas je rechter? Of lopen jullie enkel op de witte strepen van het zebrapad?

3. Rondedans

Nodig: papier en schrijfgerief

Verdeel de groep in 2 gelijke delen. De ene groep vormt een binnencirkel, de andere een buitencirkel. De kinderen van de binnencirkel kijken naar de kinderen van de buitencirkel.

Iedereen krijgt een blad en een potlood en schrijft daar zijn eigen naam op. Je wisselt nu telkens jouw blad met de persoon voor je. De spelleider geeft telkens een opdracht, bijvoorbeeld "Teken de  neus van de persoon voor je".

Daarna worden de bladen teruggegeven (heeft iedereen dus weer zijn eigen blad) en schuift de buitenste kring een persoon door. De spelleider geeft opnieuw een tekenopdracht. Dit gaat zo door totdat je iedereen uit de kring hebt gezien. Toon nu maar het resultaat!

4. Namendans

Nodig: /

We staan in een kring. De spelleider begint, hij zoekt een gekke beweging bij zijn naam. Hij zegt zijn naam en doet de beweging erbij. Iedereen herhaalt dit.

Dan is het de beurt aan de volgende. Zo gaan we de kring rond. Daarna doen we het opnieuw, maar nu moet je telkens de namen van diegenen die al geweest zijn herhalen.

Foutje? Dan ga je zitten en begint de volgende met een nieuwe rij. Wie blijft er over?

spel5. Citroen citroen

Nodig: stoelen per speler

We zitten in een kring. Een speler zit in het midden. Wie in de kring zit, moet telkens een plaats in wijzerzin doorschuiven, totdat de persoon in het midden twee namen zegt. Deze twee personen moeten dan van plaats wisselen.

Op hetzelfde moment probeert de persoon in het midden de plaats van één van de twee in te nemen. Wie geen plaats heeft moet in het midden gaan zitten. Wanneer de spelleider ‘Citroen, citroen’ roept, veranderen alle deelnemers van plaats

6. Naamballon

Nodig: ballon

Iemand tikt een ballon omhoog en roept de naam van een medespeler. Die probeert de ballon omhoog te tikken vooraleer die de grond raakt en op zijn beurt roept hij een andere naam. 

7. Voetenschaak

Nodig: /

De groep is in twee teams verdeeld. De spelleider poneert telkens een stelling. Als die voor jou op gaat, spring je met beide voeten samen naar voren. Enkel je voeten mogen de grond raken, wie valt moet terug naar de startstreep.

De bedoeling is om de voeten van een tegenspeler te tikken. Lukt dat, dan gaan beide spelers naar de startlijn van de winnaar. Het doel van het spel is om zo veel mogelijk deelnemers in je team te krijgen.

8. Ik ben uniek

Nodig: /

De spelers staan in een kring, het doel is zo snel mogelijk bij ’t middelpunt van de kring te raken. Dit doe je door een origineel weetje over jezelf te vertellen. Als nog niemand hetzelfde heeft meegemaakt of ’t zelfde kenmerk heeft, mag je een stap naar voren doen.

spel9. Levende domino

Nodig: /

Maak een slinger van dominoblokjes/mensen. Als je een gelijkenis vindt met iemand, mag je hem een hand geven. 

10. Ben ik jij?

Nodig: per speler 1 blad en veiligheidsspeld

De deelnemers zitten met hun rug naar de spelbegeleider. De spelbegeleider speldt op hun rug de naam van een andere speler. De spelers stellen vragen aan elkaar, bv."Heb ik bruin haar?". De anderen mogen enkel antwoorden met ja of nee. Je mag geen namen vragen (bv. Ben ik Jos?).

Als je denkt dat je weet welke naam op je rug hangt, ga je naar de persoon in kwestie. Je vraagt: "Ben ik jij?"

Sprokkel nog meer spelletjes

Wil je nog meer spelletjes leren kennen? Ga op cursus met Tumult als animator, hoofdanimator of instructeur! Of kijk eens in de speldatabank van Mediaraven.